De Omikronvariant

Welke mutaties heeft de Omikronvariant?

Eind november werd de genetische code van de Omikronvariant bekend. Die laat zien dat het virus maar liefst 53 mutaties heeft ten opzichte van het oorspronkelijke virus uit Wuhan. Op basis daarvan maken wetenschappers een inschatting van wat die mutaties in theorie kunnen betekenen. Zo zijn er 32 mutaties die zich vertalen in veranderingen in het spike-eiwit: het uitsteeksel waarmee het virus de gastheercel binnendringt. Dat kan betekenen dat de Omikronvariant dat efficiënter kan doen. Daarnaast zijn er mutaties op plekken die belangrijk zijn voor de binding van antistoffen. Dat kan betekenen dat het virus sneller door eerder opgebouwde afweer kan heenbreken.

Is Omikron gevaarlijker dan Delta?

De eerste tekenen wijzen op een milder ziekteverloop door Omikron. De South African Medical Research Council heeft begin december een rapport gepresenteerd met de eerste klinische bevindingen rond de Omikronvariant. De patiëntaantallen zijn nog klein en de opmars van de variant is nog maar net begonnen.

In de onderzochte periode lagen 166 patiënten met Covid-19 in het Tshwane District-ziekenhuis van Pretoria. Zo’n 70 procent van hen had geen extra zuurstof nodig. Sterker nog: dit waren allen patiënten die niet vanwege het coronavirus in het ziekenhuis waren beland, maar om een andere reden, en bij wie de besmetting toen pas aan het licht kwam – dus asymptomatische besmettingen. Bij andere ziekenhuizen in de provincie Gauteng zijn die cijfers nog opvallender: gemiddeld heeft 80 procent van de patiënten met corona daar nu geen extra zuurstof nodig. Voorheen hadden nagenoeg alle covidpatiënten in het ziekenhuis zuurstof nodig.

Een slag om de arm is dat er in ZA een hoge immuniteit is door natuurlijke infectie tijdens de eerste coronagolf. Mogelijk pakt voor veel mensen daardoor een nieuwe omikronbesmetting milder uit.

Er is ook nog niet bekend hoe goed de gangbare ziektebehandelingen werken tegen de Omikronvariant. Voorlopige resultaten van onderzoek naar monoklonale antistoffen wijzen erop dat deze slecht lijken te werken bij de nieuwe Omikronvariant.

Is Omikron besmettelijker dan Delta?

Ja, Omikron lijkt besmettelijker dan Delta. Uit verschillende landen komen berichten dat Omikron zich snel verspreidt. In Denemarken, dat van alle landen het nauwkeurigst bij houdt welke varianten er circuleren, zagen ze in de week van 6 december dagelijks een verdubbeling van het aantal bevestigde Omikronbesmettingen. Het European Centre for Disease Prevention and Control voorspelde op 2 december dat Omikron “binnen een paar maanden” meer dan de helft van de Europese besmettingen voor zijn rekening zal nemen.

Werken de vaccins goed tegen Omikron?

Laboratoriumproeven bevestigen vermoedens dat de Omikronvariant van het coronavirus makkelijker kan ontsnappen aan de afweer die is opgebouwd na een infectie of vaccinatie. De eerste linie van de afweer, gevormd door antistoffen, is tot veertig keer zwakker tegen Omikron dan tegen Delta. Dat blijkt uit proeven waarin gemeten wordt hoe hoog de concentratie antistoffen moet zijn om te verhinderen dat het virus cellen kan infecteren.

Dat antistoffen veertig keer minder effectief zijn tegen Omikron, betekent niet dat de vaccins ook veertig keer minder effectief zijn. De concentratie antistoffen van gevaccineerden blijkt in de proeven soms genoeg voor bescherming tegen infectie. Het blijkt dat mensen die zowel een infectie hebben doorgemaakt als een volledige vaccinatie hebben gehad, beter beschermd zijn door antistoffen. Een boosterprik pompt de antistoffen verder op en verkleint dus het risico dat Omikron er doorheen kan breken.

Bovendien hebben mensen ook nog afweercellen, de T-cellen, die het virus aanvallen. De eerste proeven laten zien dat Omikron niet zoveel kan afknabbelen van de opgebouwde cellulaire afweer tegen corona.

Er zijn ook uit het veld aanwijzingen dat Omikron beter is in het omzeilen van de opgbouwde immuniteit. Dat blijkt onder meer uit een nog niet gepubliceerde Zuid-Afrikaanse studie van 2 december. Die concludeerde, op basis van bijna 3 miljoen besmettingen, dat de kans op besmetting na een vaccinatie of eerdere infectie bij Omikron drie keer zo hoog is als bij Delta.

Hoe erg is een eventuele extra besmettelijkheid van een nieuwe variant?

Zelfs als een veel kleiner percentage van de besmette mensen IC nodig heeft dan voorheen, zal het bij snel stijgende aantallen besmettingen toch al snel om veel extra opnames gaan. Het aantal ziektegevallen stijgt namelijk exponentieel met de besmettelijkheid.

Voorkomen van besmettingen

Welke maatregelen voorkomen besmettingen het beste?

Alle maatregelen helpen om het risico op besmetting te verlagen, elk voor een deel. Elke maatregel schaaft een beetje van het infectierisico af: anderhalve meter afstand houden, mondkapjes dragen, handen wassen, ventileren. Hoe meer het virus rondgaat, hoe meer er nodig is om de circulatie te beperken. In welke mate elk van de maatregelen werkt, is lastig te bepalen. Sociale contacten beperken is het meest effectief. Zeker iemand die klachten heeft, moet thuisblijven en zich laten testen. Een daling van slechts 25 procent in het aantal sociale contacten kan de besmettingsgraad met bijna 70 procent naar beneden brengen, becijferden de Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention. Trouw anderhalve meter afstand blijven houden van de contacten die je toch nog hebt, dekt ook veel risico af.

Helpen mondkapjes?

Ja, als ze goed gebruikt worden, vangen ze een deel van de uitgeademde druppels met virus weg, en kunnen ze verhinderen dat besmette druppels van een ander in de mond of neus belanden. Ze voorkomen zo een deel van de verspreiding van het virus. In welke mate ze helpen is lastig wetenschappelijk te onderzoeken. De omvangrijkste studie tot nu toe liep eind 2020, begin 2021. Daarin kregen 340.000 inwoners van 600 dorpen in Bangladesh per dorp ofwel chirurgische of stoffen neusmondmasters uitgedeeld, of niet (die mensen konden ze wel zelf kopen). Na twee maanden droeg 41 procent van de dorpelingen in de eerste groep mondkapjes, in de tweede groep was dat slechts 13 procent.In de dorpen waar chirurgische mondkapjes waren uitgedeeld, waren 11 procent minder mensen met covid-achtige klachten. Mondviziers en spatkappen (‘faceshields’) zijn geen goed alternatief voor een mondkapje omdat zij virusdeeltjes in rondzwevende druppeltjes niet goed tegenhouden. Tussen stoffen mondkapjes, chirurgische mondmaskers of de FFP2-mondkapjes (ook wel N95) die op de IC worden gedragen, is in de dagelijkse praktijk weinig verschil, wijzen verschillende onderzoeken uit. Op een IC gaan door medische handelingen veel hogere concentraties virus rond dan daarbuiten, daarom worden ze daar wel gebruikt.

Lees ook: Mondmaskers helpen. Het type doet er niet veel toe

Moeten we nog steeds handen wassen?

SARS-CoV-2 lijkt minder vaak te worden overgedragen via oppervlakken dan sommige andere luchtwegvirussen. Het virus wordt overgedragen via snot, hoest-, nies-, adem- en spraakdruppels door de lucht, maar die kunnen ook op oppervlakken belanden, en het virus kan daarin zeker een aantal uren overleven. Daarnaast vegen mensen onbewust vaak hun neus even af met hun hand. Via handen die een besmet oppervlak of een besmette hand hebben aangeraakt, kan het virus ons lichaam binnendringen via de slijmvliezen van neus, mond en ogen. SARS-CoV-2 was in een labproef met stukjes mensenhuid na negen uur nog levensvatbaar. De handen wassen voor en na ieder bezoek aan een ander, of aan een winkel of andere gelegenheid, blijft dus een goed idee. En handen schudden juist niet. Een boks of een high five is een beter alternatief. Door de korte aanraking over een klein oppervlak kunnen er minder virusdeeltjes van gastheer verwisselen.

Lees ook: Van knuffel tot klapzoen: welke begroeting is veilig?

Hoe zit het met buitenbesmettingen?

Buitenbesmettingen worden heel weinig gerapporteerd, de kans op een besmetting is buiten ook kleiner. Maar dat ze weinig voorkomen kan ook komen doordat bij bron- en contactonderzoek van slechts circa een derde van de besmettingen de vermoedelijke bron kan worden aangewezen. De meeste positief geteste mensen weten niet waar ze het hebben opgelopen. Dat kan dus evengoed in de buitenlucht zijn geweest.

Ziekte

Welk deel van de mensen wordt ernstig ziek?

In Nederland testten tot nu toe 2,79 miljoen mensen positief op het coronavirus. Van hen overleden er bijna 20 duizend, volgens de cijfers van het RIVM – dit is pakweg 0,7 procent van alle positief getesten in Nederland. Zo’n 36 duizend coronapatiënten moesten in het ziekenhuis worden opgenomen; 15 duizend belandden op de IC. Van die laatste groep overleed één op de vier.

Naar schatting heeft één op de vijf mensen die positief testen op het virus, na een maand nog klachten. Bij de meesten van hen nemen de klachten daarna geleidelijk af. Hoeveel mensen long-Covid ontwikkelen, is nog niet bekend. Het ziektebeeld is nog niet goed gedefinieerd. Er verschenen al duizenden wetenschappelijke publicaties over het onderwerp, maar die geven een gemengd beeld. Een overzichtsstudie meldt dat ruim 80 procent van de patiënten na twee maanden nog steeds één of meer klachten ervaart. Dat zijn met name vermoeidheid, hoofdpijn, kortademigheid, concentratieproblemen en gewrichtspijn.

Veel vragen zijn nog onderwerp van studie, bijvoorbeeld waardoor deze langetermijnklachten precies worden veroorzaakt, hoe lang ze gemiddeld aanhouden, hoeveel mensen na een jaar nog last hebben en wat de beste behandeling is.

Waaruit bestaat de behandeling?

Wie thuis ziek is door Covid-19, kan paracetamol nemen tegen de pijn en koorts, adviseert het RIVM. Mensen die risico lopen op een ernstig beloop, krijgen soms ontstekingsremmers die ze moeten inhaleren (inhalatiecorticosteroïden) of door fabrikanten geproduceerde antistoffen tegen het virus (monoklonale antilichamen).

Voor patiënten met ernstige klachten, die in het ziekenhuis moeten worden opgenomen, zijn een paar behandelingen mogelijk. Allereerst krijgen zij extra zuurstof. Daarnaast worden dexamethason en andere corticosteroïden gebruikt. Dat zijn middelen die de afweer onderdrukken. Ze kunnen voorkomen dat de reactie van het immuunsysteem hevig uit de hand loopt. Door zo’n zogenoemde cytokinestorm belanden patiënten vaak op de IC. Een ander middel dat kan worden gebruikt voor deze patiënten is de ontstekingsremmer (IL-6 remmer) tocilizumab, die per infuus wordt toegediend. De tot voor kort gebruikte virusremmer remdesivir blijkt weinig effectief, en is onlangs zelfs als standaardbehandeling uit de richtlijnen geschrapt.

Daarnaast zijn er nog niet geregistreerde middelen, zoals andere immuunmodulatoren, en monoklonale antilichamen. Die lijken vooral geschikt voor patiënten die zelf nog geen antistoffen hebben tegen het SARS-CoV-2-virus, zoals mensen met een slecht werkend immuunsysteem. Als deze monoklonale antistoffen binnen een week na de infectie worden toegediend, kan dit het risico op ziekenhuisopname verminderen. Ook na een ziekenhuisopname kunnen deze middelen ervoor zorgen dat de ziekte minder ernstig verloopt. Voorlopige resultaten van onderzoek naar monoklonale antistoffen wijzen erop dat deze slecht lijken te werken bij de nieuwe Omikronvariant.

Omdat er bij Covid-19 een verhoogde kans is op het ontstaan van bloedproppen (trombose), wordt ook vaak antistollingsmedicatie gegeven. Soms krijgt iemand ook medicijnen tegen hevige pijn (zoals morfine) of angst (zoals oxazepam).

Op de IC worden Covid-19-patiënten in een kunstmatig coma gebracht om met een beademingsmachine te worden beademd. Ze liggen er gemiddeld 16 dagen. Circa een kwart van de Covid-19 patiënten op de IC overlijdt.

Voor de behandeling van Covid-19 zijn hydroxychloroquine, chloroquine of azitromycine, ivermectine en vitamine C of vitamine D niet effectief.

Lees ook: Al die nieuwe virusremmers zullen de pandemie niet stoppen

Begrijpen we hoe long covid ontstaat en wat ertegen te doen is?

Artsen en wetenschappers hebben nog geen goede definitie van wat long covid (ook wel PASC genoemd: Post-Acute Sequelae of SARS-CoV-2) precies is. Het gaat om een waaier aan klachten die weken tot maanden kunnen blijven hangen na een infectie met het coronavirus, variërend van extreme vermoeidheid, gewrichtspijn, kortademigheid en concentratieproblemen tot vergaande cognitieve klachten zoals geheugenverlies en niet goed kunnen spreken. patiënten die in het ziekenhuis of op de IC hebben gelegen, hebben te maken met nog heviger klachten.

Wat hiervan de oorzaak kan zijn, is nog niet duidelijk. Mogelijk blijft bij deze mensen het virus lang hangen en verschanst het zich in allerlei organen. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat virusfragmenten niet goed worden opgeruimd en zo het afweersysteem blijven prikkelen. Een derde verklaring is dat de afweerreactie tegen de infectie auto-immuunantistoffen heeft opgewekt. Daardoor valt het immuunsysteem de lichaamseigen weefsels aan.

Vaccins

Werken de vaccins nog voldoende?

Met de komst van de Deltavariant in de zomer is de bescherming tegen een besmetting met het virus bijna gehalveerd, tot iets onder de 50 procent. Maar de vaccins beschermen nog altijd gemiddeld voor 94 procent tegen ziekenhuisopname en voor 97 procent tegen IC-opname, meldde het RIVM op 14 november. Dat betekent dat je als volledig gevaccineerd persoon een zeventien keer kleinere kans hebt in het ziekenhuis terecht te komen door Covid-19 dan een niet-gevaccineerde. De kans op IC-opname is zelfs 33 keer kleiner.

Het is nog niet duidelijk hoe goed de vaccins precies werken tegen de Omikrovariant. Uit de eerste voorlopige studies rijst het beeld dat de door vaccinatie opgewekte antistoffen Omikron duidelijk minder goed kunnen neutraliseren. Maar ook dat er na een derde boosterprik mogelijk weer voldoende antistoffen zijn om die variant te kunnen neutraliseren.

De bescherming is bij 70-plussers iets lager dan bij 70-minners: zo’n 5 procentpunt.

Het RIVM noteert “een lichte afname” van de vaccinwerking naarmate men langer geleden gevaccineerd is, maar noemt daarbij geen cijfers. Amerikaanse onderzoekers doen dat wel in tijdschrift The Lancet, na onderzoek onder 3,5 miljoen Amerikanen. Zij constateerden dat de bescherming tegen het oplopen van het virus weliswaar in vier tot vijf maanden tijd afnam van 88 procent naar 47 procent, maar dat de bescherming tegen ziekenhuisopname onverminderd hoog bleef. Die was na 6 maanden nog altijd 93 procent, zelfs op het moment dat de Deltavariant daar dominant was.

Hoe kan het dat er zoveel gevaccineerde mensen in het ziekenhuis en op de IC liggen?

Dat komt doordat er in Nederland veel meer 18-plussers wel gevaccineerd zijn dan niet gevaccineerd: 11,2 miljoen wel tegenover 1,9 miljoen niet. Ruim 85 procent is nu dubbel gevaccineerd, 89 procent heeft minstens één prik gehad: afgerond bijna 9 van de 10 volwassenen.

Tegenover elke 90 gevaccineerde volwassenen zijn er 10 ongevaccineerden. Stel, in het ziekenhuis ligt één gevaccineerde met Covid-19 en één ongevaccineerde. Dan is 50 procent van de coronapatiënten in het ziekenhuis gevaccineerd. Maar van alle gevaccineerden ligt een veel kleinere fractie in het ziekenhuis: met de getallen van dit rekenvoorbeeld is dat 1/90 (0,01) tegenover 1/10 (0,1) van de gevaccineerden. Op basis van de Nederlandse cijfers betekent dit dat je als volledig gevaccineerd persoon een zeventien keer kleinere kans hebt in het ziekenhuis terecht te komen door Covid-19 dan een niet-gevaccineerde. De kans op IC-opname is zelfs 33 keer kleiner, volgens het RIVM.

Kunnen de vaccins een update krijgen?

De vaccinfabrikanten Moderna en Pfizer zeggen binnen enkele maanden een aangepast boostervaccin klaar te kunnen hebben tegen de Omikronvariant, mocht dat nodig blijken. De mRNA-code in het vaccin moet dan vervangen worden door die van de nieuwe variant, of aan het bestaande vaccin worden toegevoegd. Daarna moeten de nieuwe vaccins nog een serie tests ondergaan én worden geproduceerd. Pfizer denkt het binnen honderd dagen te kunnen leveren, Moderna geeft aan twee tot drie maanden nodig te hebben. Beide bedrijven, en ook AstraZeneca, werkten al aan verschillende updates van hun vaccins tegen nieuwe varianten zoals Alfa, Bèta en Delta. Alfa was de variant die eind 2020 opdook in het Verenigd Koninkrijk, Bèta werd rond diezelfde tijd voor het eerst gezien in Zuid-Afrika en Delta is de besmettelijkere variant uit India die nu dominant is in West-Europa.

Moderna testte al of een booster met een hogere dosis van het bestaande vaccin, dus tegen het originele virus, betere antistoffen opwerkte, en controleert nu of deze antistoffen Omikron beter inactiveren dan na een gewone booster. Ook maakte het bedrijf al vaccins gericht tegen bepaalde mutaties van de Bètavariant, en vaccins tegen een combinatie van Bèta en Delta. Veel van die mutaties komen ook voor bij Omikron, dus mogelijk werkt zo’n combinatievaccin ook daartegen. Ook Pfizer met BioNTech testten al eerder vaccins tegen Bèta, en tegen een combinatie van Alfa en Delta. Alle fabrikanten, ook AstraZeneca en Janssen, onderzoeken hoe effectief hun bestaande vaccins zijn tegen Omikron, en werken aan een Omikron-specifiek vaccin.

Beschermt vaccineren ook tegen langdurige Covid-19 (long covid)?

Ja, vaccinatie beschermt gedeeltelijk tegen het oplopen van het coronavirus en tegen milde ziekte, en heel goed tegen ernstige Covid-19, ziekenhuisopname en overlijden aan Covid-19. Na een vaccinatie is de kans dus kleiner op Covid-19 en daarmee ook op long covid (ook wel PASC genoemd: Post-Acute Sequelae of SARS-CoV-2). Maar de kans is niet nul, want long covid kan ook optreden bij mensen die alleen milde ziekteklachten hadden, en dus ook na een infectie die door de vaccinatieafweer breekt. Hoe vaak dat gebeurt is nog niet goed duidelijk.

Er zijn studies waarin vaccineren het risico op long covid na een corona-infectie halveert, maar ook studies waarin er geen verschil is. Een groot probleem bij het onderzoek hiernaar is dat er nog geen duidelijke definitie is van wat long covid precies is, en dat het ook kan optreden bij mensen die milde of geen klachten hadden, en die dus niet weten of ze een coronabesmetting hadden.

Dat vaccineren helpt tegen long covid, suggereert ook een recente Amerikaanse analyse van de medische gegevens van bijna 250.000 covidpatienten – in een preprint die nog door collega’s moet worden beoordeeld. Daarin rapporteerden mensen die minstens één prik hadden gekregen pakweg negen keer minder vaak twee of meer symptomen van long covid in de 12 tot 20 weken na de diagnose. Ook vaccineren ná een corona-infectie kan nog helpen long covid te voorkomen, volgens deze studie. De kans dat mensen die werden gevaccineerd binnen een maand na een Covid-19-diagnose twee of meer symptomen van long covid rapporteerden, was vier tot zes keer kleiner. Kregen ze de vaccinatie in de tweede maand na de diagnose dan was de kans drie keer kleiner.

Er zijn ook berichten van mensen met langdurige Covid-19 die na een vaccinatie daarvan opknapten. Eind oktober berichtte het Britse bureau voor statistiek ONS dat mensen met long covid na de eerste dosis vaccin 13 procent minder symptomen rapporteerden, en na de tweede dosis nam dat met nog eens 9 procent af.

Wetenschappers onderzoeken nog hoe dit kan. Mogelijk ruimt een door vaccinatie aangezwengelde immuunrespons eventueel nog rondgaande virusdeeltjes of virusfragmenten op, en/of trekt die een ontregelde afweerreactie die klachten geeft, weer in het gareel. Maar wat de oorzaak is van long covid is nog niet duidelijk, en dus ook niet wat het zou kunnen verhelpen.

Boosters

Wat doet een booster precies?

Een boosterprik is in feite een gewone vaccinatie. Hij geeft het afweersysteem opnieuw een seintje om antistoffen te maken tegen het virus. De antistoffen binden aan virusdeeltjes die het lichaam binnendringen en voorkomen zo een infectie. Een booster prikkelt ook andere onderdelen van het immuunsysteem. Hierdoor ontwikkelt het een bredere en betere reactie op een coronabesmetting.

Inmiddels is duidelijk dat de concentratie antistoffen in het bloed na de laatste coronavaccinatie binnen een half jaar afneemt. De bescherming tegen infectie neemt in vier tot vijf maanden tijd af van 88 procent naar 47 procent, zo bleek uit onderzoek onder 3,5 miljoen Amerikanen. De bescherming tegen ziekenhuisopname was na zes maanden overigens nog altijd 93 procent.

Om de verspreiding van het virus in te dammen, adviseert de Gezondheidsraad een boosterprik voor alle 18-plussers, te beginnen met ouderen. Zo’n derde prik brengt de hoeveelheid antistoffen in het bloed weer op het niveau van vlak na de tweede vaccinatie en verbetert de afweer door witte bloedcellen. De gevaccineerde is daardoor weer optimaal beschermd: gemiddeld beschermen de vaccins direct na vaccinatie voor 60 tot 90 procent tegen infectie, voor 94 procent tegen ziekenhuisopname en voor 97 procent tegen IC-opname, volgens de laatste cijfers van het RIVM.

Helpt een booster individuen, of gaat het ook verspreiding tegen?

Gevaccineerde mensen kunnen het virus nog wel oplopen en verspreiden, ook als zij er zelf niet ziek van worden. Doordat ze het virus sneller uitschakelen, verspreiden ze het waarschijnlijk ook minder, maar hoeveel minder is nog niet duidelijk. Recent Amerikaans onderzoek suggereert dat gevaccineerde mensen die het virus oplopen, een even grote piek aan virusdeeltjes hebben, maar dat die wel gemiddeld twee dagen korter duurt. Dit suggereert dat zij ook minder lang besmettelijk zijn. Dan zou vaccinatie – en dus ook boosten – niet alleen individuen beschermen tegen ziek worden, maar ook helpen het virus in de samenleving in te dammen.

Wat zit er in zo’n boosterprik?

De boosters zijn ‘gewone’ coronavaccinaties van Pfizer of Moderna. De Gezondheidsraad adviseert een van deze twee vaccinaties te geven, ongeacht welk vaccin iemand al heeft gekregen. Uit diverse onderzoeken, onder meer een nog niet gepubliceerde Nederlandse studie, blijkt dat ook boosten met een ander vaccin dan waar iemand al mee is ingeënt, de afweerrespons versterkt. In het Nederlandse onderzoek kregen ruim vierhonderd gezondheidsmedewerkers die volledig gevaccineerd waren met het Janssen-vaccin (één prik) een booster met ofwel Janssen, Pfizer, of Moderna of een placebo. Diegenen die een mRNA-booster (Pfizer of Moderna) hadden gekregen, hadden duidelijk hogere concentraties antistoffen in hun bloed. Veel mensen in zorginstellingen zijn ook gevaccineerd met Janssen en die kunnen nu extra worden beschermd met een booster met een van de mRNA-vaccins.

Zijn de boosterprikken al aangepast aan de nieuwe virusvarianten?

Nee. Alle fabrikanten zijn al wel bezig vaccins te testen die zijn aangepast aan verschillende combinaties van varianten, waaronder Bèta en Delta. Maar die aanpassingen zitten nog niet in de vaccins die nu worden toegediend. Dat was tot nu toe nog niet nodig: de huidige vaccins werken nog goed genoeg, óók tegen Delta. Amerikaans onderzoek liet zien dat de bescherming tegen ziekenhuisopname na zes maanden nog altijd 93 procent was, zelfs in de tijd dat de Deltavariant daar dominant was.

Alle fabrikanten onderzoeken nu hoe effectief hun bestaande vaccins zijn tegen de nieuwste variant, Omikron. Dat zal naar verwachting de komende weken duidelijk worden.

Hoe vaak moeten we een boosterprik krijgen?

Dat is nog niet bekend. Voor Nederlanders die nu een booster krijgen, zit er een half jaar tot een jaar tussen de tweede en derde vaccinatie. Naar verwachting zal de hoeveelheid antistoffen ook na de derde vaccinatie weer geleidelijk dalen. Maar hoe erg dat is, is nog niet te zeggen. Naast de afweer dankzij antistoffen is namelijk ook de werking van witte bloedcellen van belang. Ook die cellulaire afweer wordt door het vaccin „getraind” om het coronavirus te bestrijden. Naast de zogeheten B-cellen, die grote hoeveelheden antistoffen kunnen produceren zodra er een corona-infectie plaatsvindt, zijn er zijn ook verschillende soorten T-cellen die geïnfecteerde cellen kunnen herkennen en snel opruimen.

Een volledig gevaccineerd persoon kan dus na enige maanden weliswaar minder antistoffen hebben, maar dat betekent niet dat alle immuniteit verdwenen is. De getrainde afweercellen kunnen een binnendringend virus effectief bestrijden.

Het kan dus goed zijn dat iedere zes maanden boosten niet nodig is. Wellicht kan een jaarlijkse prik helpen, net zoals de griepprik, of is zelfs dat niet nodig, omdat ons immuunsysteem na drie vaccinaties voldoende is getraind. Dat zal de komende jaren moeten blijken.

Heeft een booster wel zin bij mensen met een verzwakt immuunsysteem?

Bij meer dan een half miljoen Nederlanders werkt het immuunsysteem niet goed. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met een aangeboren afwijking aan het immuunsysteem, met bepaalde autoimmuunziekten, bloedgerelateerde aandoeningen, het syndroom van Down of hiv, kankerpatiënten die chemotherapie krijgen, of mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan en daar afweeronderdrukkende medicijnen voor slikken. Deze mensen lopen een groter risico op een ernstig verloop van Covid-19.

De effectiviteit van coronavaccins bij deze groepen is niet vanaf het begin onderzocht: de fabrikanten doen hun medicijnstudies voornamelijk bij gezonde volwassenen. Maar de verwachting is dat mensen in deze groepen geen of weinig baat hebben bij coronavaccinatie. In verschillende landen wordt daar nu onderzoek naar gedaan, onder andere in Nederland. Medisch-onderzoeksfinancier ZonMw steunt, in opdracht van het ministerie van VWS, een serie onderzoeksprojecten in verschillende patiëntgroepen. In totaal is er 15,5 miljoen euro mee gemoeid.

Een studie die in september in het New England Journal of Medicine stond, liet zien dat een derde vaccindosis bij nierpatiënten een toename veroorzaakt in het aantal antistoffen. Maar nadien was 45 procent nog steeds onvoldoende beschermd. Onderzoekers kijken daarom noodgedwongen ook naar andere opties voor dergelijke patiënten, zoals het tijdelijk stoppen met afweeronderdrukkende medicijnen.

Kinderen

Welke landen vaccineren al kinderen onder de 12 jaar?

Binnen de EU zijn er dat op dit moment nog geen, maar de verwachting is dat meerdere landen dat snel gaan doen. Anders dan in Nederland is de knoop in die landen namelijk al doorgehakt. Kantelpunt was het groene licht dat het Europees Geneesmiddelenbureau EMA eind november gaf voor gebruik van het Pfizer/BioNTech-vaccin bij jongere kinderen. Onder andere Italië, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Spanje en Polen hebben daarop aangegeven uiterlijk begin 2022 te willen beginnen, op vrijwillige basis (in Frankrijk alleen kwetsbare kinderen).

In de Oostenrijkse hoofdstad Wenen loopt sinds begin november een „pilot” waarbij dagelijks tweehonderd kinderen tussen de vijf en elf jaar ook gevaccineerd kunnen worden, maar dat is geen landelijk beleid. In de rest van de wereld lopen wel al nationale campagnes, die soms een stuk eerder begonnen. China begon in oktober met het vaccineren van kinderen vanaf drie jaar. In de VS ging in november het sein op groen voor het inenten van kinderen vanaf vijf jaar.

Hoe verloopt de vaccinatiecampagne onder kinderen in die landen?

Jonge kinderen vaccineren leidt soms tot felle discussie. In Brazilië hebben alle vijf directeuren van het medicijnagentschap dat moet adviseren over het vaccineren van kinderen doodsbedreigingen gekregen. Soms gaan autoriteiten over tot vergaande druk om kinderen gevaccineerd te krijgen. In de Amerikaanse stad New York verordonneerde de burgemeester deze week dat kinderen tussen de vijf en elf jaar vóór 14 december een eerste prik moeten hebben gehad, op straffe van uitsluiting van onder andere buitenschoolse activiteiten. China overwint ondertussen weerstand bij opstandige ouders via een voortvarende verleidingscampagne. Kinderen die zich aansluiten bij het ‘leger’ van de „kleine gevaccineerde krijgers” worden beloond met ballonnen, speelgoed en stickers. Sinds de campagne half oktober begon, is bij de helft van alle in aanmerking komende kinderen tussen de drie en elf een eerste prik gezet.

Hoe gevaarlijk is het coronavirus voor kinderen?

Kinderen nemen op dit moment het merendeel van de coronabesmettingen voor hun rekening. Veruit de meeste kinderen ervaren nauwelijks klachten. Tot nu toe werden zo’n driehonderd kinderen onder de twaalf jaar met corona in het ziekenhuis opgenomen, aldus cijfers van de landelijke studie COPP. Daarvan had ongeveer de helft geen onderliggende aandoeningen. Veruit de meeste van deze kinderen zijn jonger dan twee jaar oud – dus niet de doelgroep van de kindervaccinaties. Eén op de drie moest naar de IC. In Nederland is vooralsnog geen kind aan Covid-19 overleden. Ter vergelijking: jaarlijks belanden circa 250 kinderen door waterpokken in het ziekenhuis, en 1.500 door griep.

Vier op de tien kinderen die door corona in het ziekenhuis belanden, hebben ernstige ademhalingsproblemen; drie op de tien hebben geen specifiek ziektebeeld, en bij drie op de tien is sprake van MISC: multisystem inflammatory syndrome in children. Daarbij slaat het immuunsysteem op hol na een corona-infectie, waarbij allerlei organen schade kunnen oplopen. Het herstel kan maanden in beslag nemen.

Er zijn veel signalen dat kinderen ook long covid kunnen oplopen, de langdurige variant van de ziekte. Het Emma Kinderziekenhuis, onderdeel van het Amsterdam UMC, heeft er sinds voorjaar 2021 een poli voor. Hoe vaak deze aandoening voorkomt, hoe ernstig die bij kinderen is en wat de onderliggende mechanismen zijn, is nog niet goed bekend. Het is ook nog onbekend of vaccinatie MISC en long covid kan helpen voorkomen.

Wat zijn de risico’s van vaccinatie voor jonge kinderen?

Deze risico’s zijn tot nu toe slechts in één klinische studie onderzocht, met zo’n 1.500 kinderen die het vaccin kregen. Uit die studie kwamen geen ernstige bijwerkingen naar voren. Maar zo’n studie is te klein om heel zeldzame bijwerkingen uit te sluiten. Nu verschillende landen zijn begonnen met grootschalig inenten van tieners, waaronder de VS en Canada, zijn bij hen wél twee zeer zeldzame bijwerkingen opgedoken: myocarditis en pericarditis, een ontsteking van respectievelijk de hartspier en het hartzakje. Die treedt op bij ongeveer zeven op de honderdduizend gevaccineerde jongens van twaalf tot zeventien. In 80 procent van die gevallen verloopt die aandoening overigens mild. Of dit bij jonge kinderen ook zo is, is nu nog niet te zeggen.

Ziekenhuizen

Wie liggen er nu op de IC’s?

In de periode juli-oktober was zo’n 80 procent van de mensen op de IC’s niet gevaccineerd; in november was dit gedaald naar 70 procent. In de samenleving als geheel is die verhouding andersom: circa 84 procent van de volwassenen is nu gevaccineerd. Er zijn overigens wel grote verschillen tussen ziekenhuizen. Het Maastricht UMC meldde in oktober dat juist de meerderheid van de covid-patiënten op de IC wél was gevaccineerd. Dit verschil verklaren experts door het relatief grote aantal uitbraken in Limburgse verzorgingshuizen, waar de gemiddelde leeftijd hoog is.

In juli waren niet-gevaccineerden op de IC’s gemiddeld 20 jaar jonger (53 jaar) dan gevaccineerden (73 jaar); in november was dit verschil sterk teruggelopen (naar respectievelijk 61 en 69 jaar).

Patiënten op de IC zijn bovengemiddeld zwaar. Een BMI (body mass index) tot 25 wordt beschouwd als gezond; vanaf 25 spreekt men van overgewicht en vanaf 30 van obesitas. De gemiddelde BMI van covid-patiënten op de IC schommelt rond de 30.

Het is nog niet duidelijk waarom mensen met overgewicht een grotere kans hebben op een ernstiger ziekteverloop. Het Radboudumc in Nijmegen deed er onderzoek naar en vond nog geen sluitende verklaring. Wel schrijven de onderzoekers: “Een afwijkende afweerreactie of een verminderde ademhalingsfunctie zou een rol kunnen spelen bij deze patiënten.” Het onderzoek liet overigens zien dat mensen met overgewicht weliswaar een grotere kans hebben op IC-opname, maar dat zij vanaf dat moment geen slechtere prognose hebben dan mensen zonder obesitas.



Source link