Ontwikkeling van nieuwe antibiotica levert zo weinig op dat de wereld hiervoor in hoge mate afhankelijk is geworden van een groepje kleine en middelgrote bedrijven dat er financieel vaak slecht voor staat. Sommige van hen zoeken samenwerking met Chinese partijen om risico’s te spreiden en faillissement te voorkomen, rapporteert non-profit onderzoeksorganisatie Access to Medicine Foundation (ATMF) deze donderdag.

Terwijl de corona-uitbraak wereldwijd nog niet is bedwongen, waarschuwen microbiologen steeds nadrukkelijker voor wat zij wel een ‘stille pandemie’ noemen: de snel toenemende resistentie van ziekteverwekkende schimmels en bacteriën tegen antibiotica. Jaarlijks sterven naar schatting 700.000 mensen, vooral kinderen en ouderen, aan infectieziekten als bloedvergiftiging, longontsteking en tuberculose veroorzaakt door resistente ziekteverwekkers. Het merendeel van de slachtoffers valt in landen met lage en middeninkomens.

De Verenigde Naties schreven twee jaar geleden dat hun aantal de komende drie decennia oploopt tot meer dan 10 miljoen doden per jaar als niet snel wereldwijd actie wordt ondernomen. Dat is iets méér dan er jaarlijks overlijden aan kanker, terwijl Covid-19 volgens officiële statistieken tot nu toe mondiaal 3,75 miljoen slachtoffers maakte. Effectieve antibiotica zijn bovendien noodzakelijk om veilig operaties uit te voeren en voor nieuwe behandelingen van verschillende ernstige aandoeningen, waaronder kanker.

„Hoewel de geschiedenis ons vertelt dat iedere honderd jaar één pandemie kent, is de volgende al een feit”, concludeerde hoogleraar microbiologie Tina Joshi van de universiteit van Plymouth onlangs in het Britse tijdschrift The New Statesman. Volgens Joshi en andere experts vormen resistente ziekteverwekkers, samen met klimaatverandering, de grootste bedreiging voor de volksgezondheid.

Vrijwel statisch

Onmisbaar in de strijd tegen oprukkende resistentie van bacteriën zijn nieuwe, innovatieve vormen van antibiotica. Maar die worden veel te weinig ontwikkeld. De pijplijn is „vrijwel statisch”, schreef de Wereldgezondheidsorganisatie onlangs . Slechts een handvol nieuwe antibiotica is de voorbije jaren op de markt gekomen. De meeste ervan (82 procent) zijn afgeleiden van bestaande geneesmiddelen waartegen sommige bacteriestammen al resistentie hebben opgebouwd. De verwachting is dat met de aangepaste varianten binnen afzienbare tijd hetzelfde gebeurt.

Lees ook: Farma-industrie moet bijhouden wie haar antibiotica slikt

De ontwikkeling van nieuwe antibiotica is kostbaar en risicovol, terwijl te verwachten opbrengsten bij succes op zijn best bescheiden zijn. Marges op antibiotica zijn relatief laag. Belangrijker: om snelle resistentie te voorkomen, is het noodzakelijk antibiotica zeer gericht en in beperkte hoeveelheden te distribueren, en gebruik en ontluikende resistentie vervolgens nauwgezet te monitoren. Juist overmatig en ‘slordig’ gebruik van antibiotica, zowel bij mensen als bij dieren, wakkert resistentie aan. „Bedrijven krijgen dus veelal noch de marge, noch het volume”, vat ATMF-directeur Jayasree Iyer samen.

Daarom hebben veel grote farmaceuten zich teruggetrokken uit het onderzoek naar nieuwe antibiotica. Innovatie moet vooral komen van kleinere bedrijven. Die zijn nu goed voor driekwart van de experimentele antibiotica in aantocht, becijferde de ATMF, een met Brits en Nederlands overheidsgeld gefinancierde organisatie die onderzoekt wat farmaceutische bedrijven doen om geneesmiddelen beschikbaar te maken voor mensen in arme(re) landen.

Rol China

Volgens de onderzoekers hebben de meeste kleinere bedrijven die antibiotica ontwikkelen moeite te overleven. Overheden en filantropische organisaties helpen doorgaans met de financiering van de eerste onderzoeksfases. Bovendien wordt hier en daar, onder meer in het Verenigd Koninkrijk, geëxperimenteerd met nieuwe methoden om innovatie te belonen. Denk aan een abonnementsmodel waarbij overheden tegen periodieke betaling toegang krijgen tot (verschillende) antibiotica.

Hoopvolle initiatieven, zegt Iyer, maar veel te weinig om de markt te ‘repareren’. Vooral in latere onderzoeksfases dreigen veel antibiotica-ontwikkelaars om te vallen. Of ze gaan echt failliet, zoals de Amerikaanse biotechbedrijven Aradigm en Achaogen, zelfs als de resultaten goed zijn of geneesmiddelen al goedgekeurd. Het is wat Iyer de „R&D-vallei des doods” noemt.

Toch lukt het sommige relatief kleine antibiotica-ontwikkelaars overeind te blijven. Opvallend vaak is dat te danken aan samenwerking met Chinese partijen, ontdekte de ATMF. Die nemen een deel van de ontwikkeling en later distributie en commercialisatie van het antibioticum voor hun rekening. De verklaring daarvoor is volgens Iyer dat resistentie van bacteriën relatief veel voorkomt in China en er dus ook veel patiënten zijn om onderzoek op te doen.

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

NRC in de ochtend
van 10 juni 2021



Source link