Precies een jaar geleden ging Amsterdam, net als de rest van het land, voor het eerst in lockdown. Het leverde surrealistische taferelen op. De stad, die daarvoor bijkans uit haar voegen barstte van de drukte, was ineens totaal verlaten. Op de Dam zag je niemand meer, op een levend standbeeld van Magere Hein na. Je kon ongehinderd fietsen door de Kalverstraat of Leidsestraat. Op de Wallen zaten bewoners op de stoep met een glas wijn en een boek, bevrijd van de drommen toeristen.

Al snel werd duidelijk dat Amsterdam economisch hard geraakt zou worden door de coronacrisis. Harder dan andere grote steden, vanwege de afhankelijkheid van toerisme, horeca en de dienstensector. De Amsterdamse economie kromp in 2020 met 7 procent (landelijk was dat 3,8). Het aantal WW-uitkeringen steeg met bijna een derde, naar meer dan 21.000 in december 2020. De overslag in de haven kelderde, het aantal reizigers op Schiphol nam af met 71 procent.

En dan hebben we het nog niet eens over het persoonlijke leed en de maatschappelijke gevolgen: de mensen die dierbaren verloren aan Covid-19 of langdurig ziek werden, de ouderen en studenten die vereenzaamden, de schoolkinderen die een leerachterstand opliepen.

Toch zijn er ook positieve kanten aan de crisis. Er gebeurden dingen die we een jaar geleden niet voor mogelijk hadden gehouden. Die bestuurders, bewoners en ondernemers aan het denken zetten. En die wellicht op termijn zullen leiden tot een andere, betere stad dan vóór corona.

Hier zijn vier lichtpuntjes voor Amsterdam in moeilijke tijden.

Lichtpunt 1
Je kunt veel makkelijker een woning huren

Een jaar geleden zat de Amsterdamse woningmarkt volledig op slot. Dat zit-ie nog steeds, maar één ding is een stuk eenvoudiger geworden: het huren van een woning in de vrije sector. Doordat expats vertrokken en de vakantieverhuur aan toeristen kelderde, zijn er plots een heleboel extra huizen beschikbaar gekomen op de ‘gewone’ huurmarkt.

„Het aanbod aan huurhuizen is toegenomen en de vraag afgenomen”, zegt Jerry Wijnen, voorzitter van de Vereniging voor Nederlandse Makelaars (NVM) in Amsterdam. „Je hebt het als huurder dus makkelijker nu. Zeker bij minder courante huizen is er meer keuze.”

Het gevolg is dat de Amsterdamse huurprijzen in het afgelopen jaar gedaald zijn. In het laatste kwartaal van 2020 lag de gemiddelde huurprijs van een vrijesectorwoning bijna 7 procent lager dan een jaar eerder, zo blijkt uit cijfers van Pararius, ’s lands grootste huursite. In het centrum bedroeg de daling zelfs 10 procent. De prijzen in Amsterdam liggen wel nog steeds ruim boven het landelijk gemiddelde.

Lees ook: Geen toeristen meer? Dan maar een ‘gewone’ huurder

Ook voor studenten is het – tijdelijk – makkelijker om in Amsterdam een kamer te vinden, zegt Maarten van Dorp, voorzitter van studentenvakbond ASVA. „Omdat al het onderwijs digitaal is, wonen Nederlandse studenten op dit moment liever thuis bij hun familie. En buitenlandse studenten blijven weg vanwege de reisbeperkingen.”

Voor verreweg de meeste mensen met woonambities in Amsterdam blijft de situatie dramatisch: de prijzen van koophuizen blijven stijgen en de wachttijden voor een socialehuurwoning zijn nog net zo lang als een jaar geleden. Maar voor wie student is of iets meer geld te besteden heeft, is de zoektocht naar woonruimte veel prettiger geworden – met dank aan corona.

Lichtpunt 2
Onderlinge solidariteit is booming

Twee keer per week staat Sonja Hendriksma in Amsterdam-Noord achter een fornuis met reusachtige, dampende pannen. In jongerencentrum De Valk op het IJplein kookt ze voor meer dan honderd ouderen en kwetsbare mensen. Voor de maaltijd, meestal pasta of stamppot, betalen haar klanten wat ze kunnen missen – of niets, als ze even helemaal blut zijn. Samen met haar man en een groep vrijwilligers brengt ze het eten bij de mensen thuis. Met de fiets, de bakfiets, de auto en de Canta.

In januari werd Hendriksma (57) voor haar project bekroond met de Nieuw Amsterdam Prijs van Pakhuis de Zwijger. De andere laureaten waren Leila Azzam en Maureen Hubbard, die een klein jaar geleden een voedselbank begonnen in Amsterdam-Zuidoost. Hun klantenbestand bestaat inmiddels uit meer dan duizend mensen.

De coronacrisis heeft het leven geschonken aan een indrukwekkende reeks projecten om mensen in nood te helpen. In Amsterdam zijn er nu zo’n zeventig voedselinitiatieven, schreef wethouder Marjolein Moorman (Armoede, PvdA) vorige maand aan de gemeenteraad. Het gaat bijna overal om vrijwilligerswerk: projecten die draaien op giften en kleine subsidies.

Natuurlijk, het is verdrietig dat zoveel Amsterdammers voor hun dagelijkse eten afhankelijk zijn geworden van een voedselbank of gaarkeuken. Maar het is ook hartverwarmend om te zien hoeveel stadsbewoners zich vrijwillig inzetten voor hun mede-Amsterdammers die het zwaar hebben. Niet alleen met voedsel, ook met bijles voor schoolkinderen, een praatje met eenzame ouderen, sportles, instructies voor videobellen of het uitlaten van de hond.

Lichtpunt 3
Het groen in de stad beleeft een herwaardering

Het is een ervaring die veel Amsterdammers in het afgelopen jaar hadden: sodeju, wat is onze stad toch prachtig. Een uitgestorven Dam na zonsondergang, de Wallen met gesloten ramen, cafés en sekstheaters, het Rembrandtplein zonder toeristen: ineens waande je je in het Amsterdam van Rembrandt of Jacob Olie.

Stadsbewoners ontdekten het wandelen: niet meer snel overal heen op de fiets of per Uber, maar dagelijks een ommetje om de thuiswerksleur te doorbreken, het hoofd leeg te krijgen, vrienden te spreken en de coronakilo’s eraf te krijgen. Of een langere wandeling in het weekend, langs plekken die je wel kende maar eigenlijk nauwelijks van dichtbij: de Sloterplas, de Oranjesluizen, de tuindorpen in Amsterdam-Noord.

Het moet gek lopen als al die wandelkilometers niet leiden tot een herwaardering van het Amsterdamse groen. Niet voor niets pleitte planoloog Zef Hemel al aan het begin van de coronacrisis in NRC voor een beter onderhoud van de Amsterdamse parken, groengebieden en openbare ruimten: „Het groenbeheer is geen dingetje voor erbij, maar drukt juist uit hoe we als stad willen leven.”

De eerste stappen zijn hoopvol. Het stadsbestuur, dat al vóór corona investeringen in het stadsgroen aankondigde, trok begin dit jaar meer dan 25 miljoen euro uit voor onderhoud van met name parken buiten het stadscentrum. Het Rembrandtpark, het Diemerpark en de Gaasperplas krijgen allemaal een flinke opknapbeurt en bij het Weteringcircuit komt een heel nieuw park, het Weteringpark. Maar ook op kleinere schaal is nog veel mogelijk: onderzoek van de Universiteit Wageningen wees eind vorig jaar uit dat zeker veertig pleinen en versteende plekken in de stad geschikt zouden zijn voor buurttuinen of ‘postzegelparken’.

Lichtpunt 4
De binnenstad (misschien) weer voor de Amsterdammers

Bierfietsen, toeristenbussen, rondleidingen en vrijgezellenfeesten: een jaar zijn ze nu uit het straatbeeld verdwenen. Fijn voor de Amsterdammers, maar de aanhoudende stilte in de binnenstad – zeker nu ook veel winkels dicht zijn – heeft ook op een pijnlijke manier duidelijk gemaakt hoezeer het centrum was overgenomen door de toeristen en dagjesmensen.

Als het normale leven straks weer op gang komt, zullen de bezoekersstromen zonder twijfel weer bezit nemen van de stad. Maar door de corona-time-out is de steun voor ingrijpende maatregelen tegen massatoerisme, monocultuur en plat vermaak gegroeid. Burgemeester Femke Halsema greep de lockdown aan voor twee radicale plannen: een verbod op verkoop van cannabis aan buitenlandse toeristen, en het verplaatsen van een groot deel van de prostitutie op de Wallen naar een ‘erotisch centrum’ elders in de stad.

Beide voorstellen kregen steun van een ruime meerderheid in de raad, bewonersgroepen en het lokale bedrijfsleven – minus de Wallenondernemers – schaarden zich er ook achter. Daarmee lijkt het einde in zicht voor Amsterdam als internationale partystad – iets wat tot voor kort onbespreekbaar was.

Zowel het erotisch centrum als het afscheid van de buitenlandse blower zijn langetermijnprojecten en hun kans van slagen is niet gegarandeerd. En er zijn nog talloze hobbels te nemen voordat de binnenstad weer een beetje van de bewoners is, zoals de overdaad aan toeristenwinkels, laagwaardige horeca en budgethotels. Maar de mentaliteit bij bestuurders en ondernemers is ontegenzeggelijk veranderd – met dank aan corona.



Source link