Voor de luxe kaaswinkel stond dit weekend een lange rij. Er mochten maar vijf mensen naar binnen en eenmaal daar stonden ze hun plek niet graag af. Het ging om een stelletje, twee vriendinnen en een man alleen, van wie de eerste vier zich gedroegen als galeriebezoekers. Elke kaas bestudeerden ze alsof het een intrigerend kunstwerk betrof, hierin aangemoedigd door de verkoper, die alle vijf een glaasje wijn gaf om te proeven.

„Zeg, zijn jullie soms aan het funshoppen, want dat mag niet!” wilde ik naar binnen roepen. „Wees voorbereid, kom alleen en doe je boodschappen doordeweeks!”

Later die dag zag ik dat het overál druk was in winkels, vanwege Black Friday. Een walgelijke uiting van kapitalisme, zei de vox populi op sociale media: zelfs midden in een pandemie móéten mensen consumeren.

Maar zo simpel ligt het niet, dacht ik toen mijn empathische kant weer de overhand kreeg. Winkelen is meer dan dingen kopen: het is een uitje, een volwaardige vorm van vrijetijdsbesteding. De oproep van de overheid om je ‘boodschappen’ doordeweeks te doen negeert die recreatieve kant.

Die gedachte werd versterkt door wat grasduinen in het krantenarchief. „Uitgaan om te koopen beteekent: ik ga uit en ik ga koopen. Winkelen in de groote stad is uitgaan”, schreef De Telegraaf in 1938. In die zin onderscheidde winkelen zich van boodschappen doen. „Boodschappen-doen bestaat voornamelijk uit je mandje volladen, maar winkelen voornamelijk uit kijken”, aldus Het Parool in 1966.

Dat gold ook voor die vriendinnen in de kaaswinkel, die na het besnuffelen van alle kazen met één piepklein zakje naar buiten kwamen. Ze zagen er tevreden uit: praten over kaas, dáár gaat het om.


Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel

kunnen abonnees reageren.

Hier leest u meer over reageren op NRC.nl
.

Winkelen is een vrouwenbezigheid, schreven de kranten decennia geleden al eensgezind. Uit dat Telegraaf-artikel: „Voor de Vrouw is winkelen de vervulling van een droom. (…) Mannen begrijpen het niet. Die winkelen kort en bondig.”

Er is sindsdien veel veranderd, maar nog steeds winkelen vrouwen meer dan mannen, aldus het Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2019 van het CBS. Iedereen die weleens in een kledingwinkel komt, weet dat je daar vooral vriendinnen ziet of stelletjes – van wie het mannelijke deel ligt weg te kwijnen op een poef bij de paskamers.

Wat zielig eigenlijk voor de mannen, dacht ik. Corona bevoordeelt de vrouwenvriendschap, die (generaliserend gezegd, ja) draait om kletsen, lekker eten en mooie dingen bekijken in winkels en musea. Dat kan allemaal nog steeds, in deze semi-lockdown – maar de kroeg en het stadion zijn voorlopig gesloten.

Floor Rusman (f.rusman@nrc.nl) schrijft elke woensdag op deze plek een column.

NRC Slim Leven

Stukken die je helpen om je leven fijner en je carrière beter te maken

Een versie van
dit artikel
verscheen ook in

nrc.next
van 2 december 2020



Source link