Onder meer basisschoolleraren, kinderopvangmedewerkers en jeugdtrainers kunnen vanaf woensdag ook worden getest op besmetting met het COVID-19-virus, wanneer zij klachten hebben. Voorheen konden zorgmedewerkers, risicogroepen en bijvoorbeeld politieagenten en handhavers al getest worden. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zegt dat er nu genoeg tests beschikbaar zijn om dit mogelijk te maken.

Minister-president Mark Rutte kondigde op 22 april aan dat scholen en kinderopvangen vanaf 11 mei weer de deuren mogen openen. Om hierop voor te bereiden mogen medewerkers van scholen en opvangen al voor de opening tests ondergaan, om vast te stellen of ze zijn besmet of niet. Omdat kinderen weer buiten mogen gaan sporten, krijgen jeugdtrainers ook deze optie.

Het ministerie van VWS zegt dat er dagelijks 6.000 tot 7.000 tests worden afgenomen, maar de huidige capaciteit laat 17.500 tests per dag toe. Die extra ruimte laat nu toe dat ook onder meer de leraren getest kunnen worden. Met de uitbreiding van het testbeleid zouden er nu 8.000 tests per dag uit gaan worden gevoerd in mei, stelt het het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Alle zorgmedewerkers binnen en buiten ziekenhuizen konden vanaf 6 april al worden getest, als zij minimaal 24 uur symptomen hadden van COVID-19, zoals hoesten, neusverkoudheid en koorts. Voor mantelzorgers van risicogroepen geldt dat zij vanaf 18 mei ook mogen worden getest. Hoe dit precies gaat werken, werkt het RIVM nog uit.

Mogelijk wordt het testbeleid nog verder uitgebreid, wat mogelijk hand in hand zou kunnen gaan met versoepelingen van de coronamaatregelen. Het is nog niet bekend hoe dit eruit zou gaan zien.

Volg de laatste ontwikkelingen rond het virus in ons liveblog.

Het coronavirus in het kort



Source link