Te groot, te machtig, te laks met data. Die twijfelachtige reputatie achtervolgt de grote Amerikaanse techbedrijven. Met het toenemen van hun omvang groeit de argwaan van gebruikers en regelgevers.

Totdat een wereldomvattende gezondheidscrisis uitbreekt. Dan komt het opeens goed uit dat er wijdvertakte, stabiele netwerken zijn die dicht op de huid zitten van miljarden gebruikers. En opeens worden onmogelijke samenwerkingen mogelijk: Apple en Google, gezworen concurrenten, maakten vrijdag bekend samen aan technologie te werken om corona-apps te verbeteren.

Lees ook: Apple en Google openen telefoons voor corona-apps

Het coronavirus werpt een nieuw licht op de manier waarop de westerse wereld leunt op grote technologiebedrijven. Nu massa’s mensen vanuit huis werken en bedrijven en scholen noodgedwongen een digitale sprong maken, bewijzen techbedrijven zich definitief als een onmisbare voorziening – de cloud is net zo essentieel als water en stroom.

De pandemie verandert ook de relatie tussen overheid en techbedrijven. Hun hulp is nodig, bijvoorbeeld om te zien of burgers zich wel houden aan de oproep binnen te blijven. Persoonlijke data die gebruikt worden om advertenties op maat te snijden, komen nu van pas om de coronacrisis te lijf te gaan.

Lees ook: Google deelt locatiegegevens ter bestrijding coronavirus

Google kon met één druk op de knop recente mobiliteitsgegevens van gebruikers uit 131 landen beschikbaar maken, uitgesplitst in regio’s (per provincie in Nederland) en categorieën, zoals parken, winkels en recreatiegebieden. De uitdaging was niet het verzamelen van die data, maar de gegevens presenteren volgens de strenge Europese privacyregels. Niet veel later schudde Facebook iets soortgelijks uit zijn mouw, onder de noemer Data for Good. Daarnaast leggen Facebook en Apple hun Amerikaanse gebruikers corona-enquêtes voor, om wetenschappers van meer data te voorzien.

Doorgeefluik, geen poortwachter

Corona opent ogenschijnlijk deuren die tot voor kort gesloten bleven. Van oorsprong zijn sociale media als YouTube (eigendom van Google), Facebook en Twitter terughoudend met ingrijpen in de berichtenstroom. Ze beschouwen zichzelf als doorgeefluik, niet als poortwachter.

Die schroom lijkt bij het onderwerp corona verdwenen; op alle grote digitale platforms krijgt overheidsinformatie over het virus een prominente plek en wordt sneller ingegrepen bij nepnieuws. Facebook en YouTube verwijderden deze week direct video’s die oproepen tot vernieling van mobiele zendmasten (naar aanleiding van complottheoriën die beweren dat 5G zou bijdragen aan verspreiding van het coronavirus).

Nu massa’s mensen vanuit huis werken en bedrijven en scholen noodgedwongen een digitale sprong maken, bewijzen techbedrijven zich definitief als onmisbaar

Er blijft ruimte voor ‘onschuldige’ complottheorieën, benadrukken de bedrijven. Dat is een pragmatische keuze: bij andere berichten, bijvoorbeeld over politieke kwesties, is het veel lastiger om zin en onzin te scheiden.

Lees ook: Dit zijn de contact-apps waar het kabinet nu aan denkt

Een pandemie maakt het makkelijker om berichten te filteren. De aanwijzingen van wereldgezondheidsorganisatie WHO gelden als leidraad. Er is geen grijs gebied waar een medium zelf een oordeel over moet vormen. Ook is sprake van voortschrijdend inzicht. Veel nepnieuws circuleert in de afgesloten omgeving van WhatsApp. Facebook, eigenaar van de chatdienst, beperkte deze week de doorstuurmogelijkheid van WhatsApp. Dat remt de verspreiding van populaire appjes. Je kunt een doorgestuurd bericht nog maar één keer doorsturen (dat was vijf keer).

Facebook toont nu meer daadkracht dan in 2018. Toen leidden nepberichten die rondgepompt werden in WhatsApp tot lynchpartijen in India. Facebooks reactie destijds was afwachtender: eerst maar eens een testje.

Lees ook: Corona-app: liever geen Singaporese toestanden, maar wat dan wel?

Miljardenboetes

Facebook leek sinds het Cambridge Analytica-schandaal niets goed te kunnen doen in de publieke opinie. Maar techbedrijven kunnen, mits ze goed inspelen op de coronacrisis, de broodnodige goodwill kweken in Washington en Brussel. Daar worden de dominante posities van alle grote techbedrijven tegen het licht gehouden. Machtsmisbruik van Google leidde in de EU al tot miljardenboetes.

De coronacrisis leidt de aandacht af van nieuwe Amerikaanse onderzoeken. Toezichthouder FTC kijkt of overnames door Google, Amazon, Apple, Facebook en Microsoft in de afgelopen tien jaar wel door de beugel konden.

De kans dat grote techbedrijven gedwongen worden opgeknipt, is echter kleiner geworden sinds Elizabeth Warren en Bernie Sanders zich terugtrokken uit de race om het Amerikaanse presidentsschap. Zij waren de Democratische kandidaten die zich openlijk uitspraken voor het opsplitsen van de grote techmonopolies.

Verandert big tech dankzij corona daadwerkelijk in ‘good tech’? Hun goedheid heeft zijn grenzen. Apple, Google en Facebook hebben toegang tot locatie- en contactgegevens van miljarden gebruikers. Dat is waardevolle informatie om een virus te bestrijden. Maar al te nauwe samenwerking met overheden zou gebruikers afschrikken en daarmee de commerciële belangen schaden.

Vooralsnog bewijst de pandemie hoe volstrekt afhankelijk we zijn van een handjevol bedrijven. De techreuzen profiteren van hun enorme financiële reserves, terwijl kleinere concurrenten door de coronacrisis wankelen. Dat schept mogelijkheden zulke concurrenten op te kopen en biedt toegang tot vers talent – een schaars goed in de techsector. Big tech zal door de coronacrisis nog groter worden, en nog meer toezicht vergen.

NRC Future Affairs

Techredacteur Wouter van Noort over hoe technologie onze samenleving razendsnel verandert

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 11 april 2020

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in

nrc.next
van 11 april 2020



Source link