Het contrast kan haast niet groter. Viroloog Marion Koopmans videobelt op deze zonnige dag in haar tuin, de bloeiende struiken om haar heen steken af tegen de blauwe lucht, en op de achtergrond hoor je de vogels zingen. Ze oogt ontspannen. Maar haar boodschap is donker. De weg uit deze crisis is lang, en eruit komen gaat niet zonder solidariteit, in Nederland en daarbuiten.

Op 24 januari roept Jaap van Dissel, directeur infectieziekten van het RIVM voor het eerst het Outbreak Management Team (OMT) bij elkaar om te praten over het nieuwe coronavirus dat dan een maand rondwaart in Wuhan. De dag ervoor is die stad op slot gegaan. De experts van het OMT adviseren het kabinet, de vergaderingen zijn vertrouwelijk. Koopmans zit erbij wegens haar diepgaande kennis over de verspreiding van infectieziekten zoals ebola, sars en mers – ze adviseert ook de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen en de Wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Sinds die dag heeft het OMT wekelijks overleg en probeert het team van Koopmans in het Erasmus MC in Rotterdam in een moordend tempo zo veel mogelijk te leren over dit nieuwe onbekende virus, samen met collega’s wereldwijd.

Aan niets zie je af dat ze middenin een crisis zit. Het enige dat verraadt dat op dit moment de hele wereld iets van haar wil is haar telefoon, die steeds opnieuw overgaat. Gedecideerd zet ze hem uit, voor drie kwartier.

Verbijsterend hoe bijna ieder land aanvankelijk deze epidemie onderschatte. Ook Nederland begon lacherig met een verbod op handenschudden. Zijn we erdoor overvallen?

„Voor een deel, het is een heel uitzonderlijke epidemie. Daarnaast heeft voorbereiding op pandemieën hier weinig prioriteit. Er zijn draaiboeken voor, maar dat soort dingen zakken weg uit het collectieve geheugen. We hadden een grieppandemie in 2009. Die ziekte was relatief mild, er waren geen overstromende ziekenhuizen. Door die ervaring is het gevoel ontstaan: dit kunnen we aan. De enorme druk op ziekenhuizen en huisartsen is een grote nieuwe dimensie van de huidige pandemie. Die heeft ons overrompeld.

„Eigenlijk heb je voor dit soort uitbraken iets nodig als ons Deltaplan. Grote investeringen in iets dat weinig voorkomt maar een grote impact heeft. We zouden structureel onderzoek moeten doen naar geneesmiddelen of diagnostische tests die bij een uitbraak zouden kunnen helpen, maar dat gebeurt bijna niet. Het lijkt ook idioot om daarin miljarden te investeren, maar kijk wat zo’n uitbraak kost. Dat heb je er heel snel uit.

„We zijn als samenleving steeds kwetsbaarder voor dit soort infecties. Door toenemende bevolkingsdichtheid, megasteden, intensieve veehouderij en globalisering is de kans op de verspreiding van een nieuw virus enorm gestegen.

„Sars- en mersachtige virussen staan al jaren in de toptien van de WHO op de lijst infectieziekten waar we beducht op moeten zijn. Maar hoe een nieuw virus zich gedraagt weten wij net zo min als wie dan ook. Dat varieert van weinig besmettelijk maar heel ernstig, tot superbesmettelijk maar mild, en alles daartussenin. Inzicht daarin bepaalt hoe je erop reageert.”

Toch gaan landen heel verschillend om met deze uitbraak. Zien buitenlandse collega’s Nederland niet als het stoutste jongetje van de klas?

„Het is een misverstand dat Nederland een heel andere koers vaart dan andere landen in Europa. Dat is niet zo. De lockdowns in verschillende landen lijken allemaal anders, maar in de praktijk is er weinig onderscheid.”

In de Zweedse lockdown zijn scholen en horeca wél open. Waarom doen wij dat niet?

„Zweden is een compleet ander land. Om te beginnen is het minder dichtbevolkt. In Zweden kun je hele dagen wandelen zonder iemand te zien. Als je hier gaat wandelen met mooi weer loop je met massa’s andere mensen. Wij zijn een van de meest dichtbevolkte landen ter wereld. Dat geeft een andere infectiedynamiek. In Zweden zijn scholen en dagverblijven met lesprogramma’s in de buitenlucht, bij zon en regen. Niet te vergelijken met 35 kinderen in een klein klaslokaal.

„Het is dus echt maatwerk. De een doet de boel op slot, met politie en legerbewaking, Nederland doet vooral een beroep op de eigen verantwoordelijkheid. De onderliggende principes zijn vergelijkbaar: zoveel mogelijk mensen zo snel mogelijk in een vorm van afzondering, waardoor de verspreiding remt. Nederland, Italië, Duitsland, Spanje, ze hebben allemaal net een iets andere aanpak, maar op het beloop van de epidemie een vergelijkbaar effect: de lijn buigt af.”

Er is nogal wat kritiek op ons terughoudende testbeleid. Andere landen testen veel breder. Hadden wij dat niet ook moeten doen?

„Ik denk het niet. Op Duitsland en Noord-Italië na hebben landen een heel vergelijkbaar testbeleid.”

En Zuid-Korea, IJsland, België…

(Stilte.) „Hoe je het ook wendt of keert, tot op Europees niveau is de vraag: waar halen we in vredesnaam de capaciteit vandaan? De reagentia, de wattenstaafjes, de mensen die moeten bemonsteren, analyseren, de follow-up doen. Dat wil maar geen onderdeel van de discussie worden. Dan kun je wel dwingend vasthouden aan veel meer testen, maar het kan niet. En het is ook niet nodig.

„Vergelijk Duitsland en Nederland. Een heel ander testbeleid, een vergelijkbaar beloop van de epidemie. Daar zijn procentueel minder doden, maar dat komt omdat zij door dat testbeleid meer gevallen zien. Met testen buig je de epidemie niet eerder af. Dat gebeurt doordat mensen zich houden aan thuisblijven en social distancing.

„Het Italiaanse dorpje Vo wordt vaak aangehaald. Dat is op slot gedaan en iedereen is getest, en nu is daar de epidemie verdwenen. Ik durf te stellen dat het ook verdwenen zou zijn als niemand was getest. Dat gebeurt namelijk doordat je het hele dorp op slot doet.

„Net als bij een lockdown geldt ook voor testen dat het maatwerk is, per land, per regio zelfs. Je kunt in de ene regio, zoals in Groningen, nog voor insluiting van het virus gaan, en in een andere, zoals in Brabant, voor insluiting met afremmen. Als dat al binnen een land verschillende dingen betekent, kun je nagaan hoe dat is tussen landen.”

Maar testen willen we juist zodat we weten wie er weer op pad kan.

„Wie vandaag negatief test, kan morgen positief zijn. Als je echt elk geval wilt vangen, moet je iedereen minstens een keer per week testen. Dat is simpelweg niet mogelijk.

Lees ook: De smartphone als wapen tegen Covid-19

„We willen nieuwe besmettingsgevallen zo snel mogelijk kunnen oppikken. We schalen het testen nu op, maar we zullen aanvullende dingen moeten doen. Apps kunnen daarbij een hulpmiddel zijn. Een die kan alarmeren als er iemand in de buurt is geweest die besmet blijkt, en een die vervolgens de mogelijk besmette mensen kan ondersteunen en volgen. Zuid-Korea gebruikt zoiets, maar daar kan op een publieke website iedereen zien waar je gisteren hebt gelopen. We zoeken naar manieren die passen bij de Nederlandse en Europese privacyregels.”

Het idee leeft dat er al veel mensen rondlopen die het ongemerkt gehad hebben. Moeten we niet snel testen wie al immuun is en aan het werk kan?

„Dat gaat vies tegenvallen denk ik. In een Deense peiling lijkt het erop dat 3 procent van de mensen antistoffen heeft. Wij hebben in onze eerste peiling nog helemaal niets gezien aan antistoffen. Dat verwacht je ook nog niet. Een goed meetbare immuunrespons heb je pas vier weken na infectie, en de eerste gevallen in Nederland zijn zes weken geleden.

„We doen nu verschillende peilingen, onder meer bij bloeddonoren, en een steekproef onder de hele bevolking. De komende weken zullen we zien hoe zich dat ontwikkelt. Onze verwachting is dat we ons niet rijk moeten rekenen, als tien procent antistoffen heeft, is het veel. Dan heb er je niet zoveel aan om op basis van antistoffen te zeggen: jij mag de deur uit en jij niet, want dan blijft nog steeds bijna iedereen binnen zitten. We weten ook nog niet of mensen die geen symptomen hadden wel immuun zijn.”

Het is nogal een overgang, van hoogleraar virologie ineens dé expert zijn die ons door deze crisis moet leiden. Maar ze is zelf de eerste die dat relativeert. „Niemand is expert in zo’n soort situatie. Je hebt echt mensen uit allerlei vakgebieden nodig om dit samen te kunnen doen. Alleen al bij het wegen van medische en economische belangen. Daarin gaan nu al zaken schuiven.”

Weegt dat economische belang mee in het OMT?

„Zeker, bijvoorbeeld in die testdiscussie. Kijk, van mij mag iedereen getest worden. Maar ik vind het jammer dat we bij een politiek debat meegaan in die eisen om in Nederland meer te testen, terwijl we in binnen- en buitenland in alle mogelijke gremia praten over hoe we in vredesnaam die tekorten oplossen, en hoe we zorgen dat er überhaupt iets van testcapaciteit is in andere landen. Dat vind ik dan kortzichtig. We moeten die lastige discussie aangaan. Want dan kan je hier het probleem oplossen, maar als dat betekent dat ze in andere delen van Europa helemaal niets hebben, dan dweil je hier terwijl daar de kraan openstaat. Dat kan als een boemerang terugkomen. Dat vind ík dus nergens op slaan.”

Lees ook deze opinie: ‘Overheid, ga meer testen’

Zijn er collega’s die dat wel vinden?

„Ja, er is natuurlijk discussie met 17 miljoen collega’s. Maar zeker ook onder wetenschappers. Niet zozeer onder arts-microbiologen, maar met modellenbouwers bijvoorbeeld die zeggen: ‘als wij in ons model inbouwen dat iedereen wekelijks getest wordt, dan kunnen we dit’. Dan zeggen wij ‘dank u wel, dat snap ik, maar dit is de testrealiteit’.

„Of mensen wijzen naar Zuid-Korea of Singapore, waar veel getest wordt. Zij hebben de sars-epidemie gehad in 2002-2003, en daarna massaal geïnvesteerd in bedrijven die diagnostische tests maken. Wij hadden de Watersnoodramp, wij hebben geïnvesteerd in onze waterwerken.”

Aziatische collega’s met hun sars-ervaring gaan nog voor uitroeiing, lijkt het.

„Containen is wereldwijd een gepasseerd station, dat zegt ook de WHO. Alles op slot zetten en screenen klinkt goed, maar daarmee verplaats je het probleem. Wat gebeurt er als je het opent? Singapore was het schoolvoorbeeld, maar de gevallen nemen weer volop toe. Mijn collega in Hongkong vraagt regelmatig hoe wij dingen aanpakken. Dit virus zal naar alle verwachting onder ons blijven circuleren. We zullen allemaal langdurig dingen anders moeten doen.”

Maar hoe lang? Kan dit echt nog twee jaar duren, zoals Nederlandse wetenschappers deze week zeiden?

Ze knikt langzaam, meewarig bijna. „Ja, daar moeten we rekening mee houden. We kunnen half mei echt nog niet terug naar business as usual. We staan nog helemaal aan het begin. Bij een pandemie zie je een piek van besmettingen, dan, door strenge maatregelen, een daling. Als je wat wij nu doen niet volhoudt, maar manieren zoekt waarbinnen ook nog geleefd kan worden, zul je een of twee jaar lang steeds weer een nieuwe, lagere piek van besmettingen krijgen, waarna de maatregelen weer even strenger moeten. Tot er een vaccin is, of een andere manier om een ernstige infectie te behandelen of voorkomen.”

Lees ook: ‘Ik zag de eerste resultaten, en ik dacht: holy fuck, die tijdlijn’

Het is dus onvermijdelijk dat dit virus voor altijd bij ons blijft?

„Het meest aannemelijke scenario is dat dit het vijfde coronavirus wordt in ons standaard-winterpakket met luchtwegvirussen. Daarin zitten er al vier, samen met andere griep- en verkoudheidsvirussen. Die andere coronavirussen zijn ook ooit uit de dierenwereld gekomen en als pandemie begonnen, honderden jaren geleden.

„Het wordt een standaardvirus als er voldoende mensen besmet zijn geweest en er groepsimmuniteit is opgebouwd. Als we niets doen, vergt dat heel veel slachtoffers, dat is waarom we vertragen en dempen. En dan hopen we dat we een deel van die immuniteit al sneller kunstmatig kunnen opbouwen door te vaccineren, in ieder geval de mensen met de grootste kans op complicaties. Het andere deel bouw je op doordat het virus rondgaat.”

Is het dan niet zaak om het toch snel te laten circuleren onder jongeren?

„Twee derde van de ernstig zieke Covid-19-patiënten zijn mensen met onderliggende ziektes, daar zitten ook jongeren bij. Daarnaast zijn er ook kerngezonde mensen die toch overlijden. We hebben er echt onvoldoende zicht op om dat zomaar te doen. Dat is een experiment waar ik niet achter sta.”

Van alles wat op haar afkomt is dát waar ze wakker van ligt. De kreten die je nu al hoort. ‘Waarom zou je moeilijk doen over dikke tachtigers?’ Of: ‘Zet die oude mensen op Texel!’. „Dat vind ik verschrikkelijk. Het mogelijk maatschappelijk ontwrichtende van deze uitbraak. Het risico is nu dat je beslissingen vooral gaat nemen uit een bepaald belang. Vanuit de volksgezondheid, vanuit de ziekenhuizen, de economische kant van de zaak, de kleine ondernemers, er zijn allerlei potentieel botsende belangen. We moeten gezamenlijk een weg voorwaarts zien te bedenken.

Lees ook: Wanneer hebben genoeg mensen immuniteit opgebouwd?

„Dat perspectief op de langere termijn en die solidariteit vind ik echt belangrijk. Ik vind het op zich heel goed gaan in Nederland, ik hoop dat we dat met zijn allen weten vast te houden.”

Veel vrij neemt Koopmans niet deze dagen. Met haar familie ontspant ze: samen eten en praten met haar man en haar zoon, die naar huis is uitgeweken uit Londen. Ze videobelt met haar ouders en dochter, of kijkt een Netflix-serie. De opgestroopte mouwen-mentaliteit van haar collega’s in Rotterdam en in het OMT geven haar ook energie. „En het klinkt misschien gek, maar juist nu is af en toe een belletje met collega’s internationaal ook ontspannend. Om te reflecteren, ervaringen uit te wisselen. Want het is wel een bizarre tijd.”

CV

Foto David van Dam

Marion Koopmans (Tegelen, 1956) is hoogleraar virologie en sinds 2013 hoofd van de afdeling Viroscience aan het Erasmus MC in Rotterdam. Ze is wereldleider in het onderzoek naar virusverspreiding. In 2018 ontving ze een NWO-Stevinpremie van 2,5 miljoen euro, in 2019 trad ze toe tot de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.

Na haar studie diergeneeskunde promoveerde Koopmans in 1990 aan de Universiteit Utrecht op onderzoek naar het torovirus, een coronavirus-familielid bij vee.

Van 2002 tot 2014 was ze hoofd van het Laboratorium infectieziekten diagnostiek en screening (LIS) van het RIVM. In 2006 werd ze daarnaast bestuurslid van het Centrum voor Infectieziektenbestrijding en bijzonder hoogleraar virologie aan het ErasmusMC.

Sinds 2014 adviseert Koopmans Wereldgezondheidsorganisatie WHO over de bestrijding van nieuwe infectieziekten, sinds 2018 is ze lid van de Gezondheidsraad. Ze adviseert de Nederlandse regering over de aanpak van de corona-uitbraak, en sinds 17 maart ook de voorzitter van de Europese Commissie.

NRC Vandaag

Elke ochtend een uitgebreide update over het coronavirus, een overzicht van onze beste stukken en al het belangrijke andere nieuws

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in

NRC Handelsblad
van 11 april 2020

Een versie van

dit artikel

verscheen ook in

nrc.next
van 11 april 2020



Source link